Sluitpost
Soms ben ik een woord kwijt. Niet echt, natuurlijk, alleen het lijkt er wel eens op dat het uit mijn vocabulaire verdwenen is. Wat ik wilde zeggen, stokt in mijn keel door die ene missende term.
Ik sta voor joker, ik sta met mijn mond vol tanden en ik pijnig mijn hersens om er weer op te komen. Hoe harder ik zoek, hoe verder het van me af gaat.
Zoeken naar een speld in een hooiberg is makkelijker. Dit is pure pesterij.
Dat ene woord dat ik nú wilde zeggen, houdt zich heel geniepig buiten bereik.
Ik heb ook niet alle woorden stante pede paraat, maar na een ‘uh’, floept het er toch meestal wel uit. Snel genoeg zodat mijn gesprekspartner er niets van merkt.
Bij uitzondering duikt er een woord weg in complete duisternis. Verdwenen in een hoekje van mijn brein, waar het licht niet doordringt.
Hoe meer dat woord zich verborgen houdt, hoe dieper mijn humeur onder nul zakt, want alles lijkt opeens te draaien om dat vermaledijde woord dat zich niet laat vinden.
Ik kan er niet tegen als ik iets kwijt ben, het maakt me ongenietbaar.
In het zeldzame geval dat ik in huis iets kwijt ben, keer ik de hele duvelse zooi om en ik rust niet voordat ik het zoekgeraakte voorwerp gevonden heb.
Maar ja, zo werkt het in mijn geheugen niet. Dat laat zich niet zo maar omspitten.
Ik geef toe, ik ben een verstrooide schrijfster, die nog struikelt over haar eigen veters, maar ik zit zelden om een woord verlegen.
Ik zal dat woord hebben, al was het het laatste, maar er blijft mij niets anders over dan opgeven.
Van die barre zoektocht moet dat dan maar de sluitpost zijn.
Ah, verhip, dat was hem. Dat was het woord wat ik zocht.


