Al een aantal jaren hangt er achter de marktkraam een spandoek met de kreet: ‘pas op wat je zegt, ’t komt in mijn boek terecht.’ Om mensen te waarschuwen dat schrijvers alles kunnen gebruiken. Als ik het negatiever zou stellen, zou het ook kunnen betekenen dat de pen machtiger is dan het zwaard. Maar dan kom je op het gebied van ‘mensen de vernieling in schrijven’ en – gelooft u mij – daar blijf ik verre van. Daar is het mij niet om te doen. Op dat spandoek zijn al vele verschillende reacties gekomen. Sommige mensen lopen met de vinger tegen de lippen voorbij.
Maar onlangs maakte ik het omgedraaide geval mee. Alsof die zogenaamde waarschuwing om niet uit de school te klappen, een meneer aan zette om dat juist wel te doen. Hij vertelde mij een verhaal waarvan mijn mond openviel. Het was een aangrijpend en zeer persoonlijk relaas. En nee, dat ga ik niet delen in een column. Deze meneer en zijn vrouw zeiden wel: wellicht kun je dit gebruiken in een van je boeken. Het was er onthutsend genoeg voor. Ik zou er inderdaad iets mee kunnen. Ik haastte me dit echtpaar te verzekeren dat ik het dan zodanig zou vermommen dat niemand het naar hen zou kunnen terugleiden.
Dat spandoek is uiteraard ironisch bedoeld. Ik vraag niet om informatie met mij te delen, maar een luisterend oor wil ik altijd bieden.
Dat meeslepende betoog, dat met mij gedeeld werd, zette me aan het denken. Natuurlijk ben ik als schrijfster gek op verhalen, maar in zekere zin werd ik in vertrouwen genomen.
Al geraakt door wat ik had gehoord, werd ik nog dieper geraakt door het feit dat deze meneer mij aanzag als iemand die zijn vertrouwen waard was. Wat een eer om - zo gezegd -schatbewaarder te worden.
Vertrouwen