Oef, dat kwam van diep! Maar nu het terugkomt, dreunt het ook weer binnen.
Een lied*), diep begraven in mijn herinnering.
Het komt weer boven en trekt een spoor van heerlijke melancholie achter zich aan. Hoe kon ik vergeten dat dit nummer me zoveel deed, destijds, toen het op eigen gezag verdween naar de diepste regionen van mijn geheugen, waar het de deuren stevig achter zich sloot.
Op de achtergrond geraakt, ver weg, verborgen, begraven. Het vervluchtigde. Het vervloog in de nevelen van de tijd. Zoveel stilte achterlatend dat ik het niet eens miste. Alsof het lied zelf verkoos om in de vergetelheid weg te duiken. Bescheiden plaats biedend aan andere liedjes, nummers die op hun eigen moment de aandacht vroegen. Stilletjes een stapje terug zettend om andere liedjes, andere muziek voorrang te geven. Alsof dit lied wist: mijn tijd komt wel weer.
Er lag zoveel wijsheid in deze song, alsof hij wist dat het een kwestie van tijd was, voordat hij weer voor de dag kon komen, ongeacht in welke vorm. En die vorm kwam, opeens en onverwacht.
Op een zonnige marktdag liep een man te zingen, de mondharmonica vlak voor zijn mond in een speciale beugel, hij speelde op zijn gitaar en droeg een mobiele versterker op zijn heup. Het lawaai van gillende kinderen op het springkussen overstemde bijna alle decibels die de man produceerde.
Het lang vergeten nummer kwam in snippers bij me terug en het viel samen in mijn hoofd. In mijn hart. Zoals het een goed lied betaamt, waarin muziek en tekst samengaan. Het had niets aan zeggingskracht ingeboet. Het liet mij opnieuw verpletterd en ontroerd achter.
De woorden kwamen terug, ik herkende de melodie.
De tekst was een zacht, maar terecht verwijt: je kunt me niet vasthouden maar je raakt me nooit meer kwijt.
*) Ride on – Christy Moore
Lied