DE VERLEIDER, DE MISLEIDER EN DE MISLEIDE

Kort verhaal

‘Waarom ben je alleen gekomen?’ vroeg ik aan Hans, toen hij bij mij aan schoof.

Hij had een afspraak gemaakt via messenger omdat dat de enig overgebleven manier was om contact met mij op te nemen. Ik had ermee ingestemd om hem te ontmoeten in een café in de buurt.

Een tent die hij nog wel moest kennen van voordat hij uit het dorp vertrokken was. Getrouwd en wel. Met mijn vriendin.

Daar kwam hij nu zomaar tegenover me zitten. Hij was twee jaar ouder dan ik, dus hij moest nu zevenenzestig jaar zijn. Zijn gezicht had meer rimpels, zijn haar was grijs en het was niet meer zo’n dikke bos, maar ik zag nog steeds in hem de jongen op wie ik zo verschrikkelijk ontregelend verliefd was geworden toen ik veertien was. In de knappe zestiger die hij nu was, zag ik de jonge kerel die destijds niets van mij moest weten.

‘Carola is overleden.’

Door zijn korte, bondige antwoord voelde ik me bot en onnadenkend.

‘Het spijt me. Gecondoleerd met je verlies.’

‘Dank je. Ik weet dat het contact tussen jou en haar is opgedroogd, maar ik vond toch dat je moest weten dat ze dood is.’

‘Ben je alleen daarom vanuit Brabant naar je oude dorp toe gekomen?’

‘Ik moest toch in de buurt zijn.’

Het was een logische verklaring, maar waarom klonk het dan als een smoesje?

Dit deed opnieuw pijn, net zoals zijn onverschilligheid tegenover mijn aanbidding destijds toen we samen op dansles zaten.

Dat was ik nooit vergeten.

Ik herinnerde me ook nog heel goed dat hij me een paar jaar na het seizoen van de danslessen, ik was achttien, had gebeld met de vraag om samen uit te gaan.

Nee, zei ik toen.

Ik wilde niets liever dan met hem uitgaan, maar om zijn uitgaanspartner voor één avondje te zijn? Daar bedankte ik voor.

Ik wilde Hans niet als losse flodder. Ik wilde hem als vaste partner, om een volledige relatie met hem te hebben, met hem te trouwen, een gezin te stichten.

Ik wilde zelf ook geen losse flodder zijn. Ik wilde niet aan den lijve ondervinden hoe het was om na één avondje afgedankt te worden.

Carola ging uit waar Hans uitging. Zij had me verteld dat hij elke week een ander meisje had.

Ik ging niet zoveel uit. Ik wilde niet ergens komen waar ik zou zien dat mijn grote liefde aan de lopende band meisjes verleidde. Ik wilde niet nummer zoveel in de onafzienbare rij veroveringen zijn. Het was voor altijd. Of niet.

Dus bleef ik maar liever thuis.

Hans trouwde. Kennelijk toch bereid om zich uiteindelijk te settelen. Hij moest zijn jachtinstinct vaarwel hebben gezegd. Hij trouwde met mijn vriendin Carola. Ze gingen een eind verderop in het land wonen. Ik zag ze niet meer. Hoorde niks meer van hen.

Ik bleef alleen. Ik sleet mijn leven als single. Ik wilde alleen Hans, of anders iemand die aan Hans kon tippen, maar die kwam nooit langs.

En na zoveel jaren, zit hij tegenover me. Bestelt keurig een kop koffie. Geen bier voor Hans. Geen drank bij wat hij wil vertellen. Met ogen die hij regelmatig neerslaat, vertelt hij dat die reputatie van versierder, die hij destijds had, helemaal niet op hem van toepassing was. Het was niet zo dat hij voortdurend meisjes verleidde. De meiden kwamen op hem af. Maar hij hoefde niet zo nodig.

Hij bekent dat hij zijn hele leven maar één liefde heeft gehad.

‘Dat hoef je niet toe te lichten,’ zeg ik. ‘je bent veertig jaar met haar getrouwd geweest.’

‘Nee,’ zegt Hans. Hij kijkt me lang en doordringend aan. ‘ik ben met haar getrouwd omdat jij mij niet wilde.’

‘Ik wilde geen versierder.’ zeg ik, mijn jarenlange standpunt herhalend.

‘Nogmaals… dat was ik helemaal niet.’ benadrukt Hans. ‘Dat praatje heeft Carola de wereld in geholpen om jou af te schrikken. Dat heeft ze me op haar sterfbed verteld.’

Ik voel het gewicht van die lange, eenzame jaren op mijn schouders neerdalen. Ik krimp ineen om de jaren die ik wachtend op Hans heb doorgebracht.

Ik heb mijn eerbaarheid gered door de verleiding van een kortstondig avontuurtje te weerstaan, maar daardoor het geluk nooit gekend.

De beslissing die ik op achttienjarige leeftijd nam, leek zo terecht. Ik dacht dat de lege jaren achter me lagen, maar nu staren ze me met terugwerkende kracht verwijtend aan. Voor mijn ogen vullen veertig lege jaren zich met spijt.

 

 

Verleiding Verleiding