Een boek schrijven is erop vertrouwen dat je misleid wordt

Niemand heeft hem ooit gezien, maar iedere schrijver kent hem: de rode draad.

 

Het is de grove schets van een nieuw verhaal. Het is het pad dat een schrijver zo ongeveer volgt.

 

Op de routekaart ontbreken nog een aantal aanduidingen. De karakters van de personages zijn nog niet helemaal duidelijk. Het is nog niet bekend hoe ze gaan handelen. De volgorde van de scènes is nog niet bepaald, net zomin als de loop van het verhaal. Het kan nog alle kanten op met die rode draad.

 

Het is niet veel om op af te gaan, maar ik ben nieuwsgierig naar waar de draad me brengen zal.

 

Verbaasd blijf ik achter als ik hem in dichte mist kwijtraak.

 

De rode draad heeft me verleid: volg mij, om vervolgens, in een niemandsland, te zeggen: zoek het maar uit.

 

Ik heb vertrouwd op een verraderlijk fenomeen.

 

Voor iets dat een houvast moet zijn, geeft de rode draad wel eens opvallend weinig steun.

 

Ik trapte er weer in. Ik dacht dat de draad me probleemloos door het verhaal heen zou leiden.

 

En mijn intuïtie dan? En mijn lef?

 

Laat ik me op mijn kop zitten door zo’n rottig draadje? Wie is hier de schrijfster?

 

Ik ga het avontuur aan, verdwaald en in de mist.

 

Wie zal ik onderweg tegenkomen? En wat? Personages, scènes, plots.

 

Ik sla het allemaal op, maar om op de bestemming te komen, heb ik die rode draad nodig.

 

En opnieuw de mist ingaan? Of heb ik hem al die tijd verkeerd begrepen? Verdient de rode draad een beetje meer krediet?

 

Op mijn reis door het verhaal heen, stopte hij bij de wegwijzers, die ik niet mocht missen.

 

Ik wilde niet zien waarover ik gestruikeld was, terwijl dat juist hetgeen was wat ik moest tegenkomen.

 

Ik kan niet zonder rode draad.

 

boek thee schaar rozen boek thee schaar rozen